Pedagogisch project

Welkom in De Spiegel

De Spiegel  is een wat andere school, een Freinetschool. Een school die meer betekent voor het kind dan alleen maar schoolse kennis vergaren.


Pedagogisch project De Spiegel

Het onderwijs in Freinetschool De Spiegel is geënt op het democratische en emancipatorische samenlevingsmodel. We willen de kinderen voorbereiden op een democratische en multiculturele samenleving en hen helpen uit te groeien tot volwassenen die beschikken over een waaier van sociale vaardigheden: kritisch zijn, constructief kunnen samenwerken, sociaal invoelend zijn, verantwoordelijkheid kunnen nemen, gevoelens en ideeën kunnen uiten, respectvol omgaan met gelijkenissen en verschillen.
We vertrekken in ons onderwijs voornamelijk van wat bij kinderen leeft. Kinderen leren niet alleen van hun leerkracht, maar ook van elkaar. We proberen de talenten van het kind helpen ontdekken en mee te helpen ontplooien.
Freinetschool De Spiegel wil vooral een muzisch creatief klimaat creëren.
De resultaatsverplichting die het Ministerie van Onderwijs ivm het behalen van ODET oplegt,wordt vooral benaderd vanuit een meer ervaringsgerichte invalshoek.
De leerinhouden, vaardigheden en attitudinale vorming wordt gezien in een rijke, ruime context met mogelijkheid tot zelfinitiatief en expressie, en zonder de verschillen tussen de kinderen uit het oog te verliezen.
Onze klaspraktijk steunt in belangrijke mate op ideeën van de Franse onderwijzer Celestin Freinet die een aantal technieken heeft aangereikt.

Wij nodigen u uit Freinetschool De Spiegel verder te leren kennen via deze site!

Schoolwerking

Heterogene groepen
Daar wij ervan overtuigd zijn dat afwisselend de jongste en de oudste in een groep te zijn meer ontwikkelingskansen op sociaal vlak biedt, kiezen wij voor naar leeftijd heterogeen samengestelde groepen. Jonge kinderen leren van hun oudere klasgenootjes, terwijl de “oudsten” hun verantwoordelijkheid t.o.v. de “kleintjes” leren te nemen.
Onze school bestaat uit vijf leefgroepen:
Eerste en tweede leefgroep: een onderbouw (2,5–3 j.) en een bovenbouw (4–5 j.)
Derde leefgroep: 1ste en 2de leerjaar
Vierde leefgroep: 3de en 4de leerjaar
Vijfde leefgroep: 5de en 6de leerjaar
Hierbij werken we via gemeenschappelijke activiteiten gericht aan integratie tussen kleuter en lager om de overgang van de derde kleuterklas naar het eerste leerjaar vlotter te laten verlopen.

Dag- en weekschema
Een schooldag op De Spiegel verloopt in een afwisseling van individuele en collectieve momenten.
De dag begint vaak met een praatronde, waarin kinderen aan elkaar iets vertellen over wat hen bezighoudt: dat kan een persoonlijke belevenis zijn (“bij mijn opa zijn dieven geweest”, ik heb een rare schelp, een leuk boek mee”) of iets uit de grote actualiteit (een aangespoelde potvis, een grote betoging,…)
Aansluitend op de praatronde wordt een planning gemaakt. Wat hen boeit krijgt daarin een plaats. Bij de jongste kleuters gaat dit niet verder dan de onmiddellijk daaropvolgende werktijd, waarbij ze kunnen inpikken op een aanbod van de leerkracht. Hier ligt de nadruk op het exploreren en experimenteren met diverse materialen.
Bij de oudste kleuters wordt meer een dagplanning opgesteld.
Vanaf de derde leefgroep wordt naast een dagplanning ook een weekplan opgesteld. Sommige werktijden zijn volledig vrij: de kinderen kiezen dan zelf of ze daarin een tekst maken, aan hun project verder werken, spelling oefenen, schilderen, enz… Andere werktijden zijn inhoudelijk meer afgebakend, zodat de leerkracht zijn begeleidingstijd ook kan plannen. Tijdens de werktijden zijn een groot aantal kinderen zelfstandig bezig, andere krijgen hulp en uitleg van de leerkracht. Kinderen noteren op hun eigen weekplan wat ze afgewerkt hebben.
De ruimtelijke schikking van het klaslokaal moet dit zelfstandig werken mogelijk maken. Zo zijn er afgebakende ruimtes -“hoeken”- in het lokaal en de gangen. Kinderen leren precies wat ze daar kunnen doen.

Vrije Tekst
ledereen maakt dagelijks een heleboel dingen mee en fantaseert van alles (realiteit, problemen, verwachtingen, angsten, dromen…, alles kan aan bod komen). Leerlingen zijn vaak impulsief in wat ze schrijven. Hun gevoelens worden vaak directer op papier gezet dan bij volwassenen. Soms verbergen ze hun gevoelens in een sprookje, fantasieverhaal. Dat kan een aanleiding zijn om minder leuke dingen op te schrijven. Door van de dagelijkse dingen uit te gaan is de schrijfdrempel heel laag.
De meeste leerlingen vinden het leuk om te horen hoe iets bij de anderen gaat. Daarom worden alle teksten voorbereid en voorgelezen, tenminste als de auteur dat goed vindt. Dat is motiverend voor de schrijver en voor de andere kinderen voor het schrijven van nieuwe teksten. Verschillen en overeenkomsten in wat leerlingen meemaken horen ze achter elkaar. Dat wekt nieuwsgierigheid op en heeft invloed op bestaande meningen. Ze leren helder denken en schrijven wat ze op hun hart hebben. Leerlingen moeten van het begin af aan ervaren dat het de moeite loont om iets te schrijven, dat het niet een aparte techniek is die je voor school leert. Ze leren schrijven om voor henzelf dingen vast te leggen of om anderen iets te vertellen.

Project
Wat willen we erover weten?
Wat kunnen we er rond doen?
Kennen we iemand die er veel van weet?
…zijn vraagjes die ze zich daarbij stellen.
De aanleiding tot een project kan veelzijdig zijn: iets uit de praatronde, uit een voorgelezen boek, een uitstap, de actualiteit…
De uitwerking van zo’n project zal sterk verschillen, niet allen naargelang het onderwerp, maar ook volgens de leeftijd van de kinderen.
In de jongste groepen zullen het eerder summiere aandachtspuntjes zijn die naargelang het toeval of de interesse dieper kan uitgewerkt worden.
In de oudere groepen evolueert projectwerking naar het zelfstandig raadplegen van allerhande documentatie. Aanvankelijk zijn projecten klassikaal, later werken de kinderen in kleine groepjes of individueel rond het onderwerp dat hen boeit.
Een project kan eindigen in een voorstelling voor de ganse school, de ouders of de klasgenootjes. Via projecten komen verschillende aspecten aan bod. Sommige onderwerpen geven meer aanleiding tot een geschiedkundige, aardrijkskundige benadering. Bij andere projecten primeert eerder het sociale, culturele of natuurlijke aspect.
Naast de kennis die de kinderen via projecten opdoen, leren zij vooral zèlf onderzoeken, conclusies trekken, details van hoofdzaken onderscheiden. Zij doen dit door middel van boeken, beeldmateriaal, internet, e-mail, muziek, concreet materiaal, correspondentie andere scholen,…
Ook expressie is een belangrijk onderdeel van de projectwerking. Sommige dingen lenen er zich toe om een toneeltje over te maken, iets anders kan je misschien beter schilderen of in klei boetseren.

Klassenraad en spiegelraad
In een school wordt er geleefd en is er nood aan afspraken en overleg. Wekelijks worden in onze klasjes de klachten, felicitaties en voorstellen van kinderen in een klassenraad besproken.
Hier leren de kinderen, op een constructieve manier hun gevoelens te uiten, hun ongenoegens kenbaar te maken, met kritiek om te gaan en samen naar oplossingen te zoeken voor een vlot groepsleven. Ook complimentjes (“ik vond het leuk dat…”, “ik vind dat heel lief gedaan …”) worden niet vergeten.
Klasoverschrijdend wordt er maandelijks ook een spiegelraad gehouden. Twee kinderen uit elke klas en een leerkracht komen dan samen om de punten die belangrijk zijn voor de ganse school te bespreken.

Breed evalueren in de Gentse freinetscholen

Lees de volledige tekst hieronder d.m.v. bovenstaande link
Als freinetschool willen we elk kind maximale kansen geven. Zij zijn onze toekomstige burgers!
De betrokkenheid en intrinsieke motivatie van de kinderen is onze eerste betrachting. De ervaringen en de belevingen van de kinderen vormen het vertrekpunt van ons freinetonderwijs. Deze worden verder uitgediept, uitgewerkt,… op een zinvolle en ervaringsgerichte manier.
De onderwijstijd kan dus beter gebruikt worden voor verdere verdieping, verbreding, herhaling,… Evalueren na een afgerond deel van de leerstof kan wel en de 6de-jaars nemen ook deel aan de OVSG-toetsen in juni.
Zoals ook al in de invarianten staat beschreven, zijn we geen voorstander van het geven van cijferquoteringen, komen er geen cijfers op de rapporten van de kinderen en vinden we klasseringen fout.
In sommige Gentse freinetscholen worden in de 3de graad wel cijferquoteringen gebruikt bij taken die als evaluatie dienen.
Er wordt echter daarnaast breed geëvalueerd. Heel wat belangrijke freinet-technieken zijn immers niet in cijfers te meten.

 


 

Celestin_Freinet

Leven en werk van Célestin Freinet

Freinet was geen theoreticus, maar een man die een pedagogisch concept ontwikkelde vanuit de klaspraktijk. Precies dat is nog altijd een basiskenmerk van de freinetmethode en de freinetideeën, namelijk dat ze groeien en concrete vorm krijgen in de dagelijkse klaspraktijk met kinderen. Hij gaf ons helemaal geen algemene, directe toepasbare richtlijnen rond de aanpak van kinderen in bepaalde leeftijdsfasen. Célestin Freinet werd geboren in 1896 in een Zuid-Frans dorpje Gars als vijfde van 8 kinderen. De dagelijkse omgang met boeren, herders en enkele handwerklieden, waren een voedingsbodem voor zijn later pedagogisch denken. Hij studeerde voor onderwijzer en werd in 1920 aangesteld in Bar-sur-Loup. Daar werd hij geconfronteerd met overvolle klassen, met kinderen die nauwelijks gemotiveerd waren en met een groot gebrek aan leermiddelen. Hij besloot om de klas te verlaten en er met de kinderen op uit te trekken in en rond het dorp. De kinderen stelden tijdens die uitstappen zeer veel vragen over wat ze om hen heen zagen.
Terug in de klas was er opnieuw gebrek aan motivatie. Om uit deze impasse te geraken liet Freinet de kinderen ook binnen de school met hun eigen ervaringen aan de slag gaan. De kinderen legden hun ervaringen vast in teksten, deden onderzoek, maakten albums en ontwikkelden de vaste gewoonte om hun ervaringen op te schrijven. Al doende ontwikkelde Freinet technieken om deze ervaringen te systematiseren en richting te geven.
Zijn technieken geven de mogelijkheid tot individualisering van het onderwijs, terwijl er daarnaast, door samenwerking met de anderen, ook ruimte is voor een sociale opvoeding. Deze Freinettechnieken maken het de leerkracht onmogelijk om frontaal les te blijven geven. De rol van de leerkracht veranderde daardoor ook sterk.

Uitgaan van de activiteiten van de kinderen, betekent immers dat de start van het werk minder ligt bij het gezag van de leerkracht. Het wordt nu ook de verantwoordelijkheid van de kinderen, de betrokkenheid vergroot en zodoende voelen de kinderen zich meer verantwoordelijk voor hun eigen leerproces.
Tijdens zijn jarenlange speurtocht naar uitbreiding en verbetering van zijn technieken, leerde hij werken met de drukpers. De geschreven ervaringen van de kinderen die tot dan binnen de klasmuren bleven, konden nu verspreid worden. Ondertussen werden contacten gelegd met andere scholen en werd er een begin gemaakt van schoolcorrespondentie. Kinderen wisselden op die manier ervaringen uit, waardoor hun kennis op allerlei gebieden verbreed werd.
Freinet schreef zijn bevindingen neer in vakbladen en kwam ook in contact met andere pedagogische vernieuwers: Decroly, Montessori,.. om klaservaringen uit te wisselen. Hij ging veel op reis, o.a. naar Hamburg, waar hij tot de vaststelling kwam dat de sfeer tussen de kinderen en de leerkrachten zeer vertrouwelijk is. Men leefde zoveel mogelijk naar analogie met het gezin. Op vrije avonden, kwamen de kinderen bij elkaar om er hun wensen en klachten te uiten, er was een zekere zin van zelfbestuur toegestaan. Zelfwerkzaamheid was een belangrijk uitgangspunt. Er werden zo weinig mogelijk boeken gebruikt. De kinderen moesten zelf de leerstof noteren en verwerken. De oudere kinderen waren verantwoordelijk voor de jongere.
Freinet kreeg zelf ook veel bezoek uit het buitenland, ook uit Rusland, waardoor hij verdacht werd van spionage voor de communisten.( 1932)
In 1934 bouwde Freinet nabij Vence, samen met een aantal leerlingen een huis om tot school.
Niet veel later begon WO II en werd Freinet in een gevangenkamp opgesloten. Toen hij vrijkwam nam hij de leiding over een verzetsgroep.
Na de oorlog kregen zijn pedagogische ideeën steeds meer aanhangers. Hij schreef verschillende boeken en richtte in 1948 het Institut Coöperatif de l’ Ecole Moderne (ICEM) op.
Freinet overleed op 8 oktober 1966.
Freinetondewijs wordt inmiddels wereldwijd aangeboden.